Denk aan het opschrijven van: alle stappen, de gebruikte formules, alle berekeningen en de juiste eenheden.(zie: werken met formules)
1. Bereken de trillingstijd van een toon van 400 Hz.
2. Bereken de frequentie van een toon met een trillingstijd van 0,0004 s.
3. De vleugels van een mannetjesmug gaan 36000 keer per minuut op neer. a. Bereken de frequentie van het zoemgeluid van de mug. b. Bereken hoe lang één vleugelslag van een mannetjesmug duurt.
4. De E-snaar van een gitaar trilt met een frequentie van 82 Hz. De A snaar met een frequentie van 110 Hz. a. Welke snaar geeft de laagste toon? b. Wat is de het verschil in de trillingstijden van de twee snaren?
5. Hiernaast zie je twee oscilloscoopbeelden van twee stemvorken.
De instelling van de oscilloscoop is in beide gevallen gelijk. a In welk scherm is de toon het hoogst? b In welk scherm is de toon het hardst? c Bereken de frequentie van de stemvork van scherm 1 als gegeven is dat het scherm 10 milliseconden breed is. d. Bereken de trillingstijd van de stemvork van scherm 2 als gegeven is dat het scherm 10 milliseconden breed is.
6. De onderste gehoorgrens van een hond is is 15 Hz en de bovenste gehoorgrens is 50 kHz. Van een vleermuis is de onderste gehoorgrens 1 kHz en de bovenste gehoorgrens 100 kHz.
a. Wat is de trillingstijd van de laagste toon die een hond kan horen?
b. Wat is de trillingstijd van de hoogste toon die een hond kan horen?
Denk aan het opschrijven van: alle stappen, de gebruikte formules, alle berekeningen en de juiste eenheden. (zie: werken met formules)1. Bereken de trillingstijd van een toon van 400 Hz.
2. Bereken de frequentie van een toon met een trillingstijd van 0,0004 s.
3. De vleugels van een mannetjesmug gaan 36000 keer per minuut op neer.
a. Bereken de frequentie van het zoemgeluid van de mug.
b. Bereken hoe lang één vleugelslag van een mannetjesmug duurt.
4. De E-snaar van een gitaar trilt met een frequentie van 82 Hz. De A snaar met een frequentie van 110 Hz.
a. Welke snaar geeft de laagste toon?
b. Wat is de het verschil in de trillingstijden van de twee snaren?
5. Hiernaast zie je twee oscilloscoopbeelden van twee stemvorken.
De instelling van de oscilloscoop is in beide gevallen gelijk.
a In welk scherm is de toon het hoogst?
b In welk scherm is de toon het hardst?
c Bereken de frequentie van de stemvork van scherm 1 als gegeven is dat het scherm 10 milliseconden breed is.
d. Bereken de trillingstijd van de stemvork van scherm 2 als gegeven is dat het scherm 10 milliseconden breed is.
6. De onderste gehoorgrens van een hond is is 15 Hz en de bovenste gehoorgrens is 50 kHz. Van een vleermuis is de onderste gehoorgrens 1 kHz en de bovenste gehoorgrens 100 kHz.
a. Wat is de trillingstijd van de laagste toon die een hond kan horen?
b. Wat is de trillingstijd van de hoogste toon die een hond kan horen?